Landschapsbeheer Drenthe

 

Heide- en Veenvlinders

De stand van aan heide en veen gebonden vlinders loopt al jaren gestaag terug, maar er is hoop dat de soorten uit het diepste dal zijn. Het gaat hierbij vooral om de heide- en veenvlinders, die afhankelijk zijn van vochtige of droge heidegebieden, veenranden en veentjes: gentiaanblauwtje (Maculinea alcon), veenbesblauwtje (Plebeius optilete), veenbesparelmoervlinder (Boloria aquilonaris), veenhooibeestje (Coenonympha tullia) kommavlinder (Hesperia comma) en heivlinder (Hipparchia semele). Om de heide- en veenvlinders te behouden wordt sinds 2005 het Heide- en veenvlinderproject uitgevoerd, met als doel om het leefgebied van deze soorten te behouden en verbeteren. Het project is opgezet in samenwerking met provincie Drenthe, de stichting Veldwerk Nederland, de Vlinderwerkgroep Drenthe en de betrokken terreineigenaren.

Het project wordt financieel mogelijk gemaakt dankzij de Provincie Drenthe.

Doelstellingen
De doelstellingen in het project zijn het versterken en uitbreiden van het leefgebied van de heide- en veenvlinders, het meten van de effecten van bovengenoemde ingrepen en aan de hand daarvan het eventueel bijsturen van de beheersmaatregelen en het voorbereiden van het vervolgbeheer door o.a. het voorlichten van vrijwilligers.

Oorzaken achteruitgang
De oorzaken van de afname van deze soorten zijn verdroging, vergrassing en verbossing. Daardoor verdwijnen de waardplanten van deze vlindersoorten en ook wordt de structuur van de vegetatie minder geschikt. Sommige soorten, zoals de kommavlinder, vereisen een afwisseling tussen open grond en lage vegetatie.Door vermesting vergrassen grote delen en verdwijnen deze open plekken.

Beheer
Om het tij te keren is het nodig om specifiek op deze soorten gerichte maatregelen toe te passen in die terreinen waar de vlinders nog voorkomen. De maatregelen die in het leefgebied van deze soorten worden genomen zijn tevens positief voor plantensoorten van pioniersituaties van natte, arme zandbodems en droge arme zandbodems.