Omgevingsprojecten
Landschapsbeheer Drenthe werkt momenteel aan zeven landschapsprogramma's, ofwel omgevingsprojecten. Deze spelen zich af in Broekhuizen, Heerlijkheid Ruinen, Wachtum-Dalen, Taarlo, Oranjekanaal-West, Lijnvormige elementen Reest en Wapse. In 2011 starten de landschapsprojecten Taarlo en landschapsproject Reestdal. Betreft de laatste twee landschapsprojecten kunt u meer informatie vinden onder de nieuwsrubriek van onze website.
Het doel van deze projecten is het landschap, de cultuurhistorische waarden en de aantrekkelijkheid van plant en dier veilig te stellen en te versterken.
Looptijd van de projecten:
- Project Broekhuizen; deze loopt door tot 1 april 2011. Daarna zal een duurzaam beheer volgen in de omgeving van Broekhuizen.
- Project Heerlijkheid Ruinen; deze loopt door tot 1 juli 2011. Daarna zal een duurzaam beheer volgen in de omgeving van Ruinen.
- Project Wachtum-Dalen; deze loopt door tot 1 juli 2011.
- Project Larijweg; deze is afgesloten per 1 januari 2011.
- Project Oranjekanaal-west; deze loopt door tot 1 januari 2013.
- Project Taarlo; deze loopt door tot en met 2012.
- Project Wapse; deze loopt door tot en met 2012.
- Project lijnvormige elementen Reest: deze loopt door tot 2012.
Dit jaar starten er meerder nieuwe omgevingsprojecten. Meer informatie volgt.
De landschapsprogramma's doorlopen allen dezelfde procedure, vertelt projectleider Sibert Hoeksma van Landschapsbeheer Drenthe. "In de voorbereidende fase worden informatieavonden voor bewoners georganiseerd en werkgroepen gevormd waarin bewoners participeren. We betrekken de inwoners zoveel mogelijk”. Tijdens een informatieavond vertellen wij hen wat de doelstelling van het project is en wat voor hen de mogelijkheden zijn.
Bewoners kunnen bijvoorbeeld het erf op authentieke wijze inrichten door hier o.a. een boomgaard aan te leggen met meerdere fruitbomen of een meidoornhaag te planten. Wij bezoeken iedereen die zich aanmeldt, nemen de mogelijkheden en de wensen door en leggen de voorgenomen werkzaamheden vast in een werkplan. We vragen van alle deelnemers een eigen bijdrage van 10 procent, in de vorm van een financiële bijdrage of in de vorm van zelfwerkzaamheid. We stimuleren vooral het laatste, dat vergroot de betrokkenheid.”




